Zeven vragen aan Pieter de Waard
Hij is geboren en getogen in IJmuiden, maar woont al sinds 1994 met veel plezier in Haarlem: Pieter de Waard, oud-directeur van voetbalclub Telstar, beantwoordt zeven vragen. Over wennen aan een gezapige stad, favoriete plekken en een verrassend vertrekplan.

Van IJmuiden naar Haarlem
Een echte Haarlemse mug? Zeker niet, zegt De Waard: hij is geboren en getogen in IJmuiden en woont sinds 1994 in Haarlem, eigenlijk dankzij zijn vrouw. Als geboren Zwollenaar wilde zij per se in een mooie stad wonen, en dat werd Haarlem; het stel woont met veel plezier aan de Prinsessekade, tegen Heemstede aan. Wennen was het wel, een paar jaar: Haarlem is in zijn ogen gezapiger, degelijker en minder rauw dan het recht-door-zee IJmuiden. "Maar het is een heerlijke stad, vooral om je kinderen er te laten opgroeien."
Favoriete plekken
Het pleintje voor de Stadsschouwburg vindt hij erg mooi, net als de combinatie van de oude schouwburg met de latere nieuwbouw. Ook de aangrenzende Vijfhoek is favoriet: heerlijk fietsen langs leuke winkeltjes, meestal eindigend bij Oscar voor een appelflap, het hele jaar door. Wat hij mist: leuke winkels in de Grote Houtstraat. De verschraling van de grote winkelstraten vindt hij verschrikkelijk.
Toch vertrek: naar Rotterdam
Pieter en zijn vrouw willen graag naar een appartement. Heel even keek hij weer naar IJmuiden, maar dat werd door zijn vrouw snel van tafel geveegd. Over tweeenhalf jaar, als het nieuwe appartement klaar is, verhuizen ze naar Rotterdam, een stad die hij "eigenlijk IJmuiden in het groot" noemt: lekker uitgesproken mensen, veel verschillende soorten, niet te doorsnee.
Boek en levensmotto
Tot rust komen doet hij thuis op de bank, waar hij momenteel met journalist Willem Vissers een boek schrijft over Telstar in de Eredivisie en de aanloop daarnaartoe: Het Mirakel van IJmuiden, vanaf 16 juli te koop. Zijn levensmotto is pluk de dag. Hij werkt tegenwoordig 's ochtends achter de balie van een grote ijzerhandel in de Waarderpolder en geniet daarna volop van de rest van de dag.
Dit verhaal verscheen in HRLM 103, mei-juni 2026.
Zelf iets gezien of gehoord dat in HRLM thuishoort? Tip de redactie.