Historie · 29 september 2026

Kick Smit, de Haarlemse 'Swerver', door de ogen van zijn zonen

Op 1 oktober verschijnt Kick, een luxe magazine over het erfgoed van de verdwenen profclub HFC Haarlem (1889-2010). Naamgever is Kick Smit, de voetballer die HFC Haarlem tachtig jaar geleden naar de landstitel leidde. Zijn zonen Kick jr. en Peter vertellen over een strenge vader, een winkelier op de Krocht en een sporthal zonder zijn naam.

Kick Smit loopt lachend met de bal onder zijn arm het veld op, voor zijn ploeggenoten en een volle tribune

Het verhaal begint in de oorlog, op de Schoterweg. Duitse soldaten nemen fietsen in, Kick Smit rijdt door en wordt achtervolgd door een motor met zijspan. Hij geeft aan dat hij linksaf gaat, zwenkt op het allerlaatst naar rechts, en de motor rijdt de radiowinkel van Jan van der Meer op de hoek van de Cronjéstraat binnen. "Goeie schijnbeweging. Zo deed hij het op het voetbalveld ook", zegt zoon Kick jr. In de Haarlemse woonkamer van zijn broer Peter wordt hard gelachen.

Kick (1947) en Peter Smit (1954) zijn de twee jongste zonen van de 'Swerver', de speler die over het hele veld zwierf, 26 keer scoorde in 29 interlands en HFC Haarlem in 1946 naar de landstitel leidde. De oudste zoon Jan (1940) overleed in 2022; het gezin telt verder twee zussen, Hanny (1937) en Ineke (1942). Bij Peter thuis hangt het shirt uit Nederland-Ierland van 1934, de 5-2 die de WK-koorts in het hele land aanwakkerde en waarin hun vader twee keer scoorde. Bij Kick in Bloemendaal siert een panoramafoto van dezelfde wedstrijd de gang.

Kind van Schoten

Twee correcties op het beeld van de held, meteen bij de opening van het gesprek. Hij heette eigenlijk Chris, maar zijn zusje kon dat niet uitspreken. En hij is geen Haarlemmer maar Bloemendaler: geboren in het Provinciaal Ziekenhuis aan de Brederodelaan, toen nog Meerenberg. Zijn moeder was geestelijk in de war. Pas onlangs ontdekten de zonen waarom: na een dodelijk ongeluk op de Jan Gijzenkade werd het slachtoffer, een jongetje, bij het gezin aan het Schoterkerkpad naar binnen gebracht. Ze moest zelfs worden opgenomen; het is nooit meer goedgekomen.

Daarna groeide hij op in Haarlem-Noord, het oude dorp Schoten: de Korteweg, het straatje achter de Dekamarkt, en de Scheldestraat. Zijn vader was lantaarnopsteker in Schoten. Kick leerde een jaar voor schoenmaker op de grote school aan de Verspronckweg, zijn eerste baantje. Met zijn vrouw woonde hij later op de Schoterweg, in de Cronjéstraat, op de Gedempte Schalk Burgergracht, de Rijksstraatweg en in de Meeuwenstraat, waar de jongens opgroeiden. Kick herinnert zich een innemende man met een goede babbel, een goede verteller die veel had meegemaakt.

Het geloof woog zwaar. Kick Smit begon bij de katholieke clubs Geel-Wit en Onze Gezellen; toen hij voor het seculiere RCH koos, werd hij min of meer doodverklaard. Een kapelaan van de Sint Bavokerk die zijn vriendinnetje Marietje van haar fiets wilde hebben omdat hij bij de verkeerde club zat, belandde in de vijver voor de kerk. Dat meisje werd hun moeder: hij was 19, zij 14, ze zaten samen op de Bavo-school, nu de jeugdherberg, en zij woonde in het tolhuis op de Rijksstraatweg. Als vader was hij streng, heel streng, en de ouders waren zuinig. Ineke ging op haar veertiende intern op de verpleegstersopleiding, ook om weg te zijn.

Onder de morfine

In 1973 werd hij ziek, 62 jaar oud. Buikpijn, een operatie, uitgezaaide kanker. Die zomer werd het WK van 1974 gespeeld; vooraf was hij nog geïnterviewd met Beb Bakhuijs en Leen Vente, en op de foto zag je de pijn. Vlak voor de finale overleed hij thuis, op 1 juli, onder de morfine, verzorgd door Ineke en met injecties van broer Jan. Kick waakte de laatste nacht. Om een uur of zeven 's morgens stierf hij, om acht uur meldde de radio het al.

Zijn naam leeft: op donderdag in café Van Egmond, op zijn foto aan de Kennemer Sporthal, in een straatnaam. Maar wie door het Noordersportpark fietst, ziet links de ruïne van de Kick Smit-tribune en rechts de Yvonne van Gennip-hal. "Het steekt ons nog steeds dat de sporthal naast het Haarlem-terrein zijn naam niet heeft gekregen", zegt Peter. Het is tijd voor een standbeeld, vinden de broers. De plek weten ze al: naast die sporthal.

Voetballer, geen zakenman

Ook als ondernemer zwierf Kick Smit. In 1934, het jaar van zijn debuut in het Nederlands elftal, was hij melkboer in de Sillemstraat. In 1935 opende hij een ijssalon op de hoek van de Meester Cornelisstraat en de Santpoorterstraat, in 1936 een sigarenmagazijn op Schoterweg 26 en in 1939 een sportwinkel op Cronjéstraat 101, waar zijn vrouw Rie meewerkte. De oorlog kwam hij door met baantjes bij uitgeverij Spaarnestad en de kousenfabriek van Haarlem-supporter Cornelis Hin. Vanaf 1948 baatte hij café Suisse op de Rijksstraatweg uit; Peter werd erboven geboren.

Zijn draai vond hij in november 1955 met de kranten- en tijdschriftenwinkel op Krocht 12a, populair onder voetballiefhebbers. De opening zorgde voor een kleine volksoploop; volgens de Nieuwe Haarlemsche Courant schudde de eens zo vermaarde voetballer die middag misschien wel net zoveel handen als bij een overwinning in een interland. Twee jaar later kwam er een kiosk op het Stationsplein bij, in het gebouwtje dat later de VVV huurde en nu kantine is voor de buschauffeurs van Connexxion. Daarnaast gaf hij les in voetbaltechniek op het CIOS in Overveen. Over de nasleep van de roem was hij in 1960 lichtelijk gedesillusioneerd: je moet je niks verbeelden, een zaak drijven omdat je Kick Smit bent, daar komt meer voor kijken.

Het magazine Kick over het rijke verleden van HFC Haarlem is vanaf 1 oktober verkrijgbaar in alle regionale boekhandels.

*Tekst: Paul Onkenhout en Edwin Struis.*

Dit verhaal verscheen in HRLM 105, september-oktober 2026.

Zelf iets gezien of gehoord dat in HRLM thuishoort? Tip de redactie.